Het karton vervulde een nuttige rol voor de uitbaters, maar algauw zagen pientere brouwers er het nut van in om hun merk af te drukken op de kartons en daarmee bekendheid te verwerven. Eerst nog enkel bekend in Duitsland, veroverde het viltje al heel snel België en Nederland, waarna het binnensloop in Frankrijk en G.H. Luxemburg. Het Verenigd Koninkrijk leerde het verzamelobject pas kennen in 1945, bij het einde van de Tweede Wereldoorlog
Tijdens die oorlog stopte de productie van viltjes volledig. Karton, bij gebrek aan leer, werd nu gebruikt voor schoenen en pantoffels.
Tot 1960 veranderde er weinig aan de kwaliteit van het viltje. Maar in dat jaar bedekten de Finnen het crèmeachtige karton met een laag pure witte cellulose. Dit gebeurde onder druk van de Engelsen die het bierviltje uitbouwden tot een publicitair medium. De Finnen bereikten dankzij hun nieuwe techniek een drieledig effect:
1. Het karton werd wit genoeg voor reclamedoeleinden.
2. De bedrukbaarheid nam toe.
3. Maar bovenal verliep de absorptie beter. Het Bierschuim dringt door het cellulose in het karton en wordt daar vastgehouden. Het viltje gaat zo langer mee.